Wonen in een boomhut

6 augustus 2011

Illustratie Boomhut © Emmy van Ruijven
Hoewel het al een hele tijd geleden is (lees: bijna een jaar), wilde ik het doen weer eens doen: een verhaaltje maken bij een illustratie. Om precies te zijn: een illustratie van Emmy van Ruijven. Een goede vriendin van mij en een ster – naar mijn mening – in illustraties. Op haar website (die ik heb mogen coderen) staan er uiteraard nog veel meer, aangezien ze een opleiding aan de kunstacademie doet. Hieronder het verhaal van een meisje dat in een lang en groot huis woont, maar toch de ruimte niet heeft. Van een meisje waarvoor thuis absoluut niet ‘thuis’ voelt. Want soms, soms droomde ze dat ze in een boomhut woonde. Haar eigen kleine kasteeltje.

Ze was nog nooit zo bang geweest, het meisje. Ze was nog geen twaalf jaar oud. Haar stiefvader kwam op haar af, dreigend. Vlug dook ze weg in een hoek, want gevangen worden? Dat wilde ze niet. Ze wist wel wat haar te wachten stond. Ze had vanochtend gemeekt om haar naar school te laten gegaan, maar hij had er geen gehoor aan gegeven. Daarna was hij naar zijn werk gegaan, zonder ook maar iets te zeggen. Maar dat was genoeg om te weten wat haar nu te wachten stond: de bezemkast.

Ze had een eigen kamer, jazeker. En hoewel die heel mooi roze was en er heel veel luxe spulletjes in stonden, sliep ze er bijna nooit. Iedere dag verzon haar stiefvader wel iets om haar te straffen. En hoevaak ze ook in de bezemkast had gezeten, ze vond het iedere keer even eng. Helaas voor haar had haar stiefvader dat heel goed door. Dus rende ze weg zodra hij haar wilde beetpakken om haar vervolgens in de bezemkast te trekken. Met rennen stelde ze het moment enkel uit, dat wist ze, maar voor haar voelde het alsof ze dan toch minder lang in de kast zat. Haar kamer was eigenlijk gewoon voor de sier. Vroeger, toen er nog wel eens meisjes mochten langskomen om eventjes met haar te spelen, speelde ze wel altijd in haar kamer. Maar dat was enkel zodat de buitenwereld niet merkte wat er binnen in het huis zich afspeelde. Helaas was haar moeder twee jaar geleden overleden en aangezien haar vader was weggegaan toen ze nog slechts een baby was, had ze achter moeten blijven bij haar stiefvader. De man die haar nooit goed had behandeld.

Het meisje zette het opnieuw op rennen, maar dit keer was ze niet snel genoeg. Al snel voelde ze zijn vingers om haar arm en ze sloot haar ogen. Het deed zeer, want hij kneep haar als venijnig. Nee, hij had haar nog nooit geslagen, maar haar armen zaten wel vol met blauwe plekken. Een ogenblik laten zat ze in de bezemkast en werd de deur voor haar neus dicht gegooid. Ze kon er ook niet meer uit, want haar stiefvader deed het deurtje altijd op slot. Met haar ogen nog altijd gesloten, ging ze op de grond liggen. Ze had een aantal kleden achter een luikje gevonden en het daar neer gelegd. Op die manier lag ze tenminst een beetje comfortabel. Haar stiefvader had het vast wel eens gezien, maar er nooit iets van gezegd of aan gedaan.

Op het moment dat ze ging liggen, dacht ze na over een huis waar zij liever in wilde wonen. Ze hoefde echt al die luxe niet die dit huis had – ze mocht het amper gebruiken, maar toch. Ze wilde gewoon een simpel huisje, een eigen kasteeltje. Het hoefde niet groot te zijn. Als het aan haar lag ging ze in een hele grote boom wonen en dan bouwde ze daar wel een hutje. Een knus hutje met alles erop en eraan. Want zoveel had ze eigenlijk niet nodig. Bovendien zou haar stiefvader er nooit komen, want hij had hoogtevrees. Hij kon zelfs niet naar beneden kijken zodra hij naar boven liep. En zo hoog was de trap nog niet, vond zij.

Net voordat ze in slaap viel, want ze was erg moe geworden van het rennen, had ze het perfecte huis voor haar ogen geschetst. Ze hoopte alleen dat ze er snel zou mogen wonen.


Laat jij een reactie achter? Josee Annuleren

Wil jij meedoen met praten over de video of blogpost? Gezellig! Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*